Skip to content

Zes maanden wachten. Dat is de regel voor asielzoekers die willen werken. Ondertussen zitten bedrijven met lege vacatures en staan vakmensen te popelen om aan de slag te gaan. Waarom duurt dit zo lang?

Asielzoekers willen werken, maar mogen niet

Asielzoekers in Nederland willen niet stilzitten. Ze willen bouwen aan hun toekomst, bijdragen aan de samenleving en hun talenten benutten. Maar bureaucratie houdt hen tegen.

Nol Kliffen, oud-medewerker van het UWV en nu vrijwilliger bij Vluchtelingenwerk, ziet hun motivatie elke dag. “Werkgevers zouden in de rij moeten staan voor zulke doorzetters,” zegt hij.
Het probleem? De zes maanden wachttijd. “Zonde,” vindt Kliffen. “Werk geeft mensen eigenwaarde en helpt hen sneller integreren. Hoe langer iemand stilzit, hoe lastiger het wordt om in een werkritme te komen.”

En dan is er nog het papierwerk: een burgerservicenummer (BSN), een tewerkstellingsvergunning (TWV), inschrijvingen bij allerlei instanties. Alles kost tijd en vertraagt de start.

Maar de wachttijd is slechts één van de obstakels.
Een ander groot probleem is dat er geen enkele organisatie wettelijk verantwoordelijk is voor het begeleiden van bewoners van COA-locaties naar werk.
Dit geldt niet alleen voor asielzoekers, maar ook voor statushouders, een groep die steeds groter wordt omdat de doorstroom naar reguliere woningen stokt.
Geen wettelijke taak betekent ook: geen structureel budget. Daardoor ontbreekt het aan capaciteit, continuïteit en gerichte ondersteuning.
Daarnaast is er nog weinig ervaring en expertise met deze doelgroep. Veel instanties weten simpelweg niet goed hoe ze deze mensen kunnen begeleiden naar werk.

Dit kan sneller en makkelijker

Slimmere oplossingen kunnen dit proces versnellen.

  • Vrijwilligerswerk als opstap: asielzoekers mogen de eerste zes maanden al vrijwilligerswerk doen.
    Dit helpt hen actief te blijven en een netwerk op te bouwen.
  • Eerder solliciteren: werkgevers kunnen al vóór de zes maanden kennismaken met kandidaten.
    Vacatures kunnen klaargezet worden, zodat iemand direct kan starten zodra het mag.
  • Beter informeren: veel bedrijven denken dat het ingewikkeld is om een asielzoeker aan te nemen.
    Meer kennis en begeleiding kunnen drempels wegnemen.

Van asielzoeker naar hotelmedewerker: zo kan het ook

Dat het anders kan, bewijst het verhaal van een man uit Myanmar. Zes maanden geleden kwam hij aan in Nederland. Hij had ervaring in luxe hotels en op cruiseschepen en sprak perfect Engels.

“Binnen twee weken vonden we een baan voor hem in een hotel,” vertelt Kliffen. Dankzij de samenwerking tussen het Werkgevers Servicepunt (WSP) en een uitzendbureau werd alles op tijd geregeld. Nu hoeft hij alleen nog zijn papieren op orde te krijgen en kan hij direct starten zodra het mag.

‘Kijk naar de mens achter de regels’

Overal zijn personeelstekorten. Waarom geen gemotiveerde asielzoeker aannemen? Uitzendbureaus en instanties kunnen helpen met de papierwinkel. Extra taallessen of begeleiding? Daar zijn oplossingen voor.

Kliffen benadrukt: “Kijk naar de mens achter de regels. Deze mensen hebben zoveel meegemaakt en toch willen ze hier aan de slag. Dat zegt iets over hun doorzettingsvermogen en kracht.”

Minder bureaucratie én meer verantwoordelijkheid bij organisaties.
Zonder wettelijke taak en budget blijft begeleiding naar werk kwetsbaar.
Met pilots zoals in Zaandam doen we ervaring op om deze groep structureel beter te ondersteunen.

Minder bureaucratie, meer kansen. Zo zorgen we voor meer succesverhalen.

Back To Top